De dolfijn II

Het zeedierenziekenhuis, waar de zieke dieren beter werden gemaakt, en waar de dolfijn een nieuw plastic staartje had gekregen, had een probleem.

Het geld was op!

Als een dier beter was en weer terug kon naar de zee, kon hij natuurlijk niet zeggen: ‘dank je wel, hier heb je 100 euro’. Want dieren hebben natuurlijk zelf geen geld.

Er zullen mensen moeten zijn die voor ze betalen, en die waren er niet genoeg. Er was geen geld om het eten voor de dieren te betalen, en niet voor de mensen, en niet voor alles wat je nodig hebt in een ziekenhuis. Ze konden de huur ook niet meer betalen, en dus zouden ze weg moeten gaan. Maar waarheen? Hier waren ze dichtbij de zee met alle dieren die ze wilden helpen.

Een rijke man heeft toen dat plekje waar het ziekenhuis stond, gekocht, om er daar een hotel te maken. Een fijn plekje, aan het strand. ‘Als ik nou een hotel maak met een heleboel kamers, dan komen mensen daar logeren voor hun vakantie. Elke week komen weer nieuwe mensen, in al die kamers, en allemaal gaan ze mij betalen! Dan wordt ik nog rijker!!!’

Tim’s vader, de dierendokter, zag het niet meer zitten. ‘Hoe kan ik aan geld komen, ik weet het niet, het is te laat, we moeten dichtgaan’. Maar Tim, zijn zoon van 11 jaar, vond dat dat niet mocht gebeuren! Hij ging naar een mijnheer van de krant en zei: ‘weet je dat ons fantastische dierenziekenhuis weg gaat! Is dat niet vreselijk? Kun je de lezers van jouw krant niet vragen om ons geld te geven?’

Nou, de man van de krant vond dat wel een verhaal dat hij in de krant wou zetten. Tim ging nog naar een andere krant, en die vond het ook verschrikkelijk. ‘Weet je wat je moet doen Tim? Je moet een open dag maken, dan kunnen alle mensen zelf komen kijken naar het zeedierenziekenhuis’. Dat was een goed idee. Alle mensen mochten komen, er zou limonade zijn voor de kinderen en misschien gingen die mensen wel geld geven. Alle kranten gingen er over schrijven. En de radiomensen, die wilden ook helpen. We nemen onze microfoon mee en dan kunnen alle mensen thuis, die naar de radio luisteren, weten dat ze ook mogen komen. En toen zei de TV: ‘en wij gaan een documentaire maken!’ [i]

Op de open dag kwamen een heleboel mensen kijken. Tim hield een mooi verhaal en vertelde hoe mooi het ziekenhuis was, hoe lief de dieren waren en hoe fijn dat het ziekenhuis ze weer beter kon maken. Iemand vertelde hoe de dolfijn een plastic staartje had gekregen en nu weer zwemmen kon.

En daarna kwam er een grote show op het water door de dolfijn met zijn plastic staartje, die inmiddels allemaal moeilijke kunstjes had geleerd en kon laten zien! Iedereen klapte, en toen gaven ze geld.

Maar daar was nog die rijke mijnheer die de grond had gekocht om er een hotel te maken. Hij was er ook, en hij zei toen tegen de dokter: ‘zeg, ik vind dit eigenlijk erg leuk hier. Ik geloof dat ik de mooie tekeningen voor het hotel maar kwijtraak. Ik ben zo slordig en ik weet niet waar ik ze gelaten heb! Ik denk dat ik ze zeker 20 jaar niet terug zal kunnen vinden’. Dat was een grapje, maar hij bedoelde dat er geen hotel hoefde te komen en het ziekenhuis niet weg hoefde te gaan.

Hij vond het ook zo interessant dat hij telkens kwam kijken en ook hielp met geld.  Hij vond dit leuker dan geld verdienen met een hotel, en hij had toch al geld zat.

Zo kon het zeedierenziekenhuis toch blijven bestaan.

…………………………………….

[i] Dat is de documentaire die ik heb gezien in 2017. Daarin lieten ze ook zien hoe ze de dolfijn hadden geholpen

De dolfijn

Kerstverhaal 2017 voor achterkleindochter Rona

Dit is een verhaal over een dolfijn. Een heel grote vis die leeft in de zee.

In Amerika is een zeedierenziekenhuis. Zieke zeedieren kunnen daar beter worden. Daar zijn natuurlijk geen bedden zoals in een mensenziekenhuis. Een zieke schildpad bijvoorbeeld, die pijn heeft aan zijn pootje, mag daar gewoon rondlopen. Ze hebben zalf op zijn poot gedaan, en dan kijken ze even of hij wel goed beter wordt, want daarna brengen ze hem weer naar het strand en kan hij weer zwemmen in de zee.

Lees meer

Telepatische contacten met mijn twee katten.

Petertje,
De eerste keer had ik het niet in de gaten. Ik was een weekje met vakantie vanwege bouwvakkers in mijn huis. Petertje, mijn katje van 9 maanden – een vrolijk beestje dat soms opsprong met alle vier pootjes in de lucht – was in een asiel. Ik miste hem erg, maar hij kwam 5 a 6 keer per dag nogal dwingend in mijn gedachten. Dat duwde ik weg, ‘niet zo sentimenteel zijn’ zei ik tegen mezelf. Ik dacht natuurlijk dat dat mijn eigen gedachten waren. Toen we hem ophaalden jammerde hij in zijn catcarrier en sabbelde en beet hij zachtjes in mijn hand. Ik zou hem niet meer in de steek laten. Toen kwam een ijzige, harde oostenwind. Petertje was verdwenen. Alle middelen ingezet:
Amivedi,posters,advertenties etc. Het bleef vriezen, hoe kon zo’n klein katje dat overleven? De achtste dag kreeg ik ineens heel intens telepatisch contact met hem. Heel wonderlijk, alsof je in elkaars gedachten in- en uit kon lopen. Ik drong aan dat hij hulp zou zoeken, naar huis zou komen, maar dat kon hij waarschijnlijk al niet meer. Dat ging de hele dag door. De volgende ochtend, de negende dag, weer hetzelfde contact om 6 uur. Hij vroeg of ik hem wou aaien, stevig, links en rechts. Even kwam een groot medelijden in me op, maar dat duwde ik weg, ik moest hem helpen. Zijn spelletjes samen doen: op schoot voor de pc, tussen de spijltjes van de trap. Hij wou dat graag. Toen, om 5 minuten voor 7, was het ineens stil, weg. Ik zocht, maar het universum was leeg. Hij is op die dag om 5 voor 7 gestorven, 10 maanden oud.

Later ontdekten we dat de storm zijn luikje had vastgeklemd, hij kon er dus niet meer in. Katje. Een jaar later kreeg ik een beeldschoon katertje, weer rood/wit. Om herhaling te voorkomen moest die (in de winter) binnenblijven. ‘s Nachts kwam hij knuffelen als ik sliep: een half uur in telkens een andere houding vrijde hij met mijn hoofd. Ik sliep half door, maar het was zo lief. In het voorjaar lukte het niet meer om hem binnen te houden. Het klepje werd helemaal los gemaakt, zonder magneet. Ik zou niet meer met vakantie gaan. Maar…ik kreeg een ongeluk en lag 5 weken in het ziekenhuis. Katje eerst naar mijn dochter maar daar was hij alleen maar boos, dus naar een asiel, wel een betere als dat van Petertje.
Vanuit het ziekenhuis bemoedigde ik hem. Flink zijn hoor! Hij seinde steeds heel lief terug. 2 keer had ik het gevoel dat hij naast mijn bed stond, kijken of alles goed was. Ongeveer de helft van de tijd ’s avonds contact.

Ik ging vroeger naar huis dan de bedoeling was, vanwege Katje. Toen hij gehaald was, geen boos Katje – wat iedereen had voorspeld – maar alleen grote blijdschap dat we weer samen waren. Mijn familie was ontroerd. ’s Nachts ging hij helemaal over mijn hoofd heen liggen, wilde weer helemaal samen zijn. Op schoot liggen met vier pootjes in mijn hand, soms het neusje er bij. Na 2 weken gebeurde de ramp nog eens. Katje was weg. Weer de hele rigmarole met instanties etc. Klepje bleek klein beetje te klemmen, en die trut had zich laten afschrikken.
Ik miste hem natuurlijk vreselijk, maar ik wou vooral dat hij naar mensen toe zou gaan, hulp halen. Hij was tenslotte al 2 ½ jaar en hij was niet schuw. Ik zocht telkens contact. Soms was het er, soms niet. Ik moest eens heel lang aandringen tot het tot hem doordrong dat ik hem riep en toen was het overweldigend. Een andere keer nog sterker, een grote wolk van verlangen en liefde en honger die maar aanhield. Ik kon er niks mee. Ik moest toch ook slapen. Zo lang ik kon bleef ik hem liefde geven.

Toen, na 3 weken, was het heel vreemd: het contact was ineens precies zoals de dag voordat Petertje dood ging, een soort open kanaal. Ik schrok, Katje ging niet dood! Hij was vet, het was niet koud – maar hij had 3 weken geen eten en vooral geen drinken gehad, want het regende niet. Ik bleef een poosje bij hem, maar niet de hele dag, want ik ging ervan uit dat hij niet dood zou gaan. De dag erna, ‘s morgens vroeg, was het of hij op mijn schoot kwam, aan de linkerkant, en naar boven kroop om zijn kopje in mijn hals te duwen. Daarna stilte. Ik zocht: hij was er niet meer, dit was zijn laatste contact.

Liebje Hoekendijk, Bussum 26-2-2016